Ik voel me direct rustig worden als ik bij ze ben

Oproep van Make a Memory

Een jongen van een eeneiige tweeling is overleden.

Ik krijg de vraag of ik vroeg in de ochtend kan komen. Doe ik. Ik rijd erheen en ben er rond half 10.
De ouders slapen nog. Ze moeten worden wakker gemaakt. Later blijkt dat ze hadden gevraagd om een fotograaf voor de middag. Een fout in de communicatie waardoor het lang gaat duren voordat ik terecht kan bij de ouders en de kindjes. Ach ja. Tijd is opeens relatief en een afspraak die ik had gaat verloren.
De verpleegkundige vraagt aan mij wat er van haar wordt verwacht en of ze erbij moet zijn, het is haar eerste keer. Ik geef aan dat die vraag bij de ouders ligt en of zij er behoefte aan hebben, als zij zelf het kindje niet oppakken dan heb ik graag haar hulp. Ze geeft aan dat ze het druk heeft en gaat kijken of ze een collega kan regelen. Na een kwartier komt een collega. Zij geeft aan alle tijd te hebben. FIJN. We gaan kennis maken met de ouders. Zij vinden het prima als wij naar het overleden kindje gaan en komen daarna naar de NICU (Neonatale Intensive Care Unit) omdat hun andere zoon daar ligt. Ze geven aan dat het fijn is dat ze weten hoe hij eruit gaat zien als hij opgroeit omdat ze zijn broer hebben. Dat geeft troost zegt de moeder. We willen graag foto’s zegt de vader ook al weten we niet of we er vaak naar gaan kijken. Het is prettig als je ze hebt dan heb je een keuze.

De verpleegkundige haalt het overleden kindje en brengt ons naar een lege kamer. Ze heeft alle tijd geeft ze nogmaals aan en dat is fijn. Omdat het kindje al een tijdje was overleden in de buik, ziet het er kwetsbaar uit. Ik merk dat ik even tijd nodig heb om te ‘wennen’ aan het kindje. Ik vraag wat ik denk dat een fijn aandenken is voor de ouders en de verpleegkundige helpt me. Ze geeft ook aan wat zij denkt dat goed is en dat vind ik prettig. Ze zegt: Misschien bemoei ik me er teveel mee en als dat zo is dan moet je het zeggen. Ik geef aan dat ik het juist fijn vind en dat we er samen een fijne herinnering voor de ouders van maken en voor zijn levende broertje. Ze legt hem met zorg op zijn zij en ik maak foto’s van dichtbij en van wat verder af. Zijn voetjes worden op elkaar neergelegd en ik word blij van de foto’s die ik kan maken van dit kwetsbare mannetje. De verpleegkundige geeft aan dat ook zij dit fijn vindt om te doen. Ze heeft er gevoel voor wat goed beeld kan opleveren.

Ik denk dat we een half uur bezig zijn als we door een andere verpleegkundige worden gehaald omdat de NICU klaar is ons te ontvangen. Zij haalt de ouders en wij gaan met het overleden kindje naar de NICU. We lopen achter de ouders aan die we op de gang ontmoeten. Het levende kindje komt naar een aparte kamer en wordt uit de couveuse gehaald. De voor hem zorgende verpleegkundige geeft aan dat het goed met hem gaat. Het is een prachtig mannetje met donkere haren en een heel lief dopneusje. Hij wordt op een kussen neergelegd. Ook zijn broertje wordt uit zijn kistje gehaald en naast hem neergelegd. Mooi, de twee broers naast elkaar. Ook tegenstrijdig. Een levend mannetje en een overleden mannetje. De kracht tegenover de stilte. De rode kleur in tegenstelling tot de lichte kleur. Het lijkt wel alsof hij rustig wordt zodra hij naast zijn broer ligt, hij iets voelt aan zijn rechterkant. Bijzonder. De moeder geeft aan enorme kramp te krijgen in haar buik zodra ze haar levende zoon ziet. Dat zijn de hormonen geeft de verpleegkundige aan. Moeder lijkt een beetje angstig omdat het levende kindje het overleden kindje aanraakt, vanwege besmetting van iets? De verpleegkundige geeft aan dat ze straks de handjes zal schoonmaken. Ik probeer zoveel mogelijk foto’s te maken als aandenken. De handen van de ouders met de voetjes van de twee mannetjes. De twee mannetjes naast elkaar, hun koppies, hij handjes. Vader zit ernaast, dat voelt dichtbij. Moeder neemt wat meer afstand totdat haar wordt gevraagd of ze even naast haar zonen komt zitten. Dat doet ze. Ik probeer zoveel mogelijk foto’s te maken als aandenken. De handen van de ouders met de voetjes van de twee mannetjes. De twee mannetjes naast elkaar, hun koppies, de handjes.

Als we teruglopen zegt de vader: Ik voel me direct rustig worden als ik bij ze ben. Ik neem afscheid en wens ze geluk en sterkte. Tegenstrijdige gevoelens. Gefeliciteerd en gecondoleerd. Ik loop rustig naar de auto en ben blij als ik uit de donkere parkeergarage ben. Licht!