Haar tranen druppelen op haar mooie mannetje, haar rode lipstick laat warme lippen achter op haar baby.

Make a Memory

Een oproep. Of ik naar een moeder thuis wil gaan. Haar kindje is overleden. Ik zeg dat het klinkt of ze alleenstaand is. Ja, dat klopt, krijg ik te horen. Ik moet weg met de auto dit keer.

Ik bel op tijd aan. Ik word opgehaald door een man. Hij zegt dat het fantastisch is wat er allemaal kan en wordt gedaan vanuit het ziekenhuis. En nu ook nog een fotograaf. Hij geeft aan dat de moeder nog niet klaar is. Ze eet niet, heeft net gedoucht en is zich aan het omkleden. Het opstarten gaat wat moeizamer. Als ik er eenmaal ben voel ik dat tijd niet meer belangrijk is. Ik geef aan dat het geen probleem is. Hij vraagt of ik het kindje alvast wil zien. Graag zeg ik. We komen de kamer binnen. Het is donker, het lieve kleine mannetje ligt in de box. Hij is prachtig. Hij ligt ingepakt in een doek. Bloem erbij.

Ik praat wat met de man en vraag of hij een vriend is. Nee, zegt hij, haar broer. En dat antwoord had je vast niet verwacht zegt hij. Hij is blank en zijn zus is donker. Het kindje ook. Ze hebben dezelfde vader en een andere moeder. Even later blijkt dat de vrouw die in huis rondloopt de vrouw van de broer is. En de moeder van de moeder van het kindje is er ook.

Ik vraag of ik vast wat foto’s mag maken? Ja, zegt hij, ga je gang. Het raam ligt aan een galerij en ik vraag of ik de gordijnen mag openschuiven. Wat aarzelend wordt er ‘ja’ gezegd. Ik wil graag daglicht. Het is prima. Op ooghoogte is het raam enigszins geblindeerd. De lamp kan uit. Ik fotografeer het kleine mannetje. Hij is echt prachtig. De echtgenoot van de broer vaagt of ik wat wil drinken. Nee, geef ik aan. Ze zegt dat het nu tijd is en dat ze de moeder gaat aansporen om naar beneden te komen. Verwacht geen kleding van het land waar haar moeder vandaan komt. Ze heeft haar eigen kleding aan, hoe ze is.

Het is natuurlijk allemaal prima. Als de schoonzus weer naar beneden komt zegt ze dat ze er prachtig uitziet. Smashing. Inderdaad. Ze is echt prachtig. Toch een mooie rok aangedaan, kleurrijke schoenen met hoge hak en een pruik op. Ik stel me voor. Haar schoonzus vraagt of ze ons alleen kan laten. Ja, geeft de moeder aan en de deur gaat achter ons dicht. Ze is vol met liefde en verdriet. Ze weet wat ze wil en wat ik voorstel is ook goed. Ik wil hun gezichten dicht bij elkaar fotograferen. Ik vraag of zijn mutsje af mag. Ja. Een volle bos haar komt eronder vandaan. Wat een geweldige verrassing. Ze legt hem op haar schouder en ik fotografeer heel dichtbij. Haar mooie blauw opgemaakte ogen en zijn koppie dicht bij elkaar in stil verdriet en in schoonheid. Elke keer weer zo bijzonder om bij zo’n intiem moment te mogen zijn. De liefde voor haar kleine mannetje straalt van haar af en tegelijkertijd is er groot verdriet. De tranen rollen over haar hangen. Ik haal wat wc papier. Haar tranen druppelen op haar mooie mannetje, haar rode lipstick laat warme lippen achter op haar baby. Ze dept met liefde de tranen van zijn koppie en veegt de lipstick er heel zacht vanaf. Ik vraag of ze nog meer wil. Ja, graag mijn familie erbij. Oma, haar broer en haar schoonzus. Foto van hen allemaal en een foto van iedereen apart met moeder en haar baby. Liefdevol en

Ik ben klaar. Ze trekt direct een joggingbroek aan en vraagt of ze wat eerder foto’s kan krijgen voor het afscheid. Ik vraag wat ze graag wil. Ze wil graag foto’s dichtbij. Ik realiseer me dat ik de foto zonder mutsje nog niet heb gemaakt van heel dichtbij. Ik schuif de gordijnenen weer open, zet de lamp weg en pak mijn camera weer. Ik maak wat zij graag wil. Ze bedenkt dat ze ook nog een foto wil staand bij de box en kijkend naar haar kindje. Dat doe ik.

Ik ben klaar. Ik word met dankbaarheid uitgelaten. Ik wens ze sterkte en verdwijn weer.

Je lieve, krachtige, bijzondere man die alles kan! 1/3

Lieve L,

Opeens ben ik in je leven. En jij in dat van mij. De aanleiding is het overlijden van je man. Je lieve, krachtige, bijzondere man die alles kan! Zoals je zelf zo mooi zei. Hij is invoelend, onafhankelijk, heeft zakelijke successen, kan alles in huis, doet ook alles zelf, schildert het hele huis, houdt de tuin bij en nog veel meer. Daarnaast is hij ook echt een man die zijn oerkracht graag laat zien in combinatie met de natuur en de natuurkrachten. En dat is nog lang niet alles.

Woensdag in de ochtend
Ik word gebeld door een voor mij onbekende man. Een oud collega van het hospice heeft mijn naam genoemd. Jij bent zo’n goede fotograaf zegt hij en ik wil je vragen, namens de vrouw van mijn vriend, of je komt fotograferen. Haar man is overleden en ligt thuis opgebaard. Ik zeg dat ik dat graag kom doen. Hij vraagt of ik zaterdag kan en of ik vandaag of morgen ook kan. Ik zeg ja en we praten nog wat. Ik vraag of er mensen om hem heen zijn. Ja, zijn vrouw. Ik geef aan hoe eerder, hoe beter aangezien een overledene snel achteruit kan gaan. Fijn dat je dat zegt, dat neem ik mee naar haar. Hij zegt dat hij later terug zal bellen. Joepie denk ik als ik de telefoon neerleg. Wat fijn om weer dichtbij te mogen komen.

Later op de dag word ik terug gebeld en ik maak een afspraak voor de dag erna. Om half 12 zal ik bij jou zijn.

Donderdag 11.30 uur
Ik kom binnen en wacht even op je. Er zijn twee vriendinnen van je om van alles te regelen voor het afscheid. Je moet nog even je tanden poetsen. Je komt aanlopen. Ik stel me voor en jij geeft aan dat je graag door het huis wilt lopen om over je man te vertellen. Je vindt het fijn dat ik weet wie hij is. Dat is natuurlijk goed. Ik volg je. Je vertelt over zijn zijn, zijn liefde voor jou en jouw liefde voor hem. Je vertelt met bewondering over wie hij is, over hoe hij leeft en wat hij heeft gedaan. Je vertelt over zijn liefde voor de natuur. Je vertelt over jullie huis. Een prachtig huis midden in de natuur. Je geeft aan dat ik nu wat over hem weet en we lopen naar de slaapkamer. Ik zie een bakje yoghurt staan en vraag of dat van jou is. Ja, zeg je, nog geen tijd gehad om te eten. Ik zeg: Eet maar lekker op. En dat doe je. Je bent relaxed. Je laat me alleen in de kamer. Dat vertrouwen is zo fijn en tegelijkertijd bijzonder. Ik word er warm van.

Je man ligt naast je, in jullie bed, onder de deken. Een markant hoofd met prachtige wenkbrauwen. Hij heeft een polo aan en bij zijn voeten ligt een knuffel van een van de huisdieren die jullie hebben gehad. Een ervan is vrij recent overleden. Je hebt ook hier een bijzonder verhaal over verteld. Ik maak wat foto’s en kijk hoe het het beste kan. De ruimte om te mogen bewegen is fijn. Er zitten handdoeken tegen het raam aangeplakt vanwege de zon de afgelopen dagen. Deze dag is het regenachtig en je vraagt de tuinman ze eraf te halen. Ik ben altijd blij met daglicht.

Na je ontbijt kom je erbij en je gaat heerlijk, zo ziet het eruit, naast je man liggen. Je aait hem. Je kust hem. Je houdt hem vast en kijkt met bewondering naar hem. Je vertelt nog meer over hem. Ik vraag je hoe het sterven is gegaan. Je vertelt dat jullie op een avond thuis kwamen uit het ziekenhuis en dat hij een paar uur later is overleden. Wat snel. Je bent rustig, jezelf. Je gaat nog een keer naast hem liggen en vertelt dat je altijd zijn hand vastpakte en dat jullie dan zo in slaap vielen. Ik vraag of je dat ook nu wil doen. Je bent verbaasd over het feit dat hij niet meer stijf is en pakt gretig zijn hand. Je gaat naast hem liggen en ik zie aan je gezicht dat dit je terugvoert naar een bepaald gevoel, je bent er direct in, bij. Ik voel jouw liefde voor je man. Daarna vertel je over jullie ringen en dat je die bij jullie allebei hebt afgedaan. Ik vraag of je deze wil pakken. Ja, zeg je en je pakt ze. Je doet je eigen ring weer aan en schuift die van je man om zijn vinger. Nee, je vindt het niet mooi en doet hem onder je eigen ring bij jezelf aan. Veel beter zeg je en ik maak nog een foto. Ik geef aan dat ik klaar ben. Je loopt mee. Ik omhels je. Ik heb genoten van de ruimte, van de aandacht van jou voor je man, voor het feit dat ik bijna onzichtbaar kon zijn en toch zo dichtbij.

Ik geef aan dat als je behoefte hebt dat ik de dag erna ook kom, ik dat graag doe. Ik zeg: Denk er rustig over na. Je zegt: Ik weet het al. Graag morgen. Om 13.00 uur? Is goed zeg ik, ik ben er.

1/3

Is die van vlees? En is die hard?

Make a Memory

Of ik naar het ziekenhuis wil komen om een klein meisje te fotograferen, ze is al enige tijd geleden overleden in de buik en is nu geboren samen met haar levende zus. Er is ook een oudere zus in de kamer. Het overleden meisje ligt in het water en het andere meisje van de tweeling ligt op de NICU (Neonatale Intensive Care Unit).
De grote zus kijkt door de gaatjes van het bakje / doosje met water waarin haar zus ligt. De ouders geven aan dat het hartje niet meer klopt van dit zusje en van het andere zusje wel. Ook jouw hartje klopt, zeggen de ouders tegen haar. Het meisje is geïnteresseerd in en kijkt gebiologeerd door het gaatje in het bakje waarin haar zus in het water ligt. Ze tilt de deksel eraf. Ze kijkt en vraagt: Is die van vlees? Ja, zeggen de ouders. Oma (moeder van de moeder) zegt: Prachtig, dat dit kan. Vroeger mocht je je overleden kind niet eens zien.
Inderdaad. Daar heb ik ook verhalen van gehoord. De dood werd weggehouden bij de ouders die net vader en moeder waren geworden. Je mocht je eigen kind niet eens begraven. Gelukkig is dat nu heel anders.

Ik maak foto’s van de ouders met hun overleden dochter. De grote zus kijkt af en toe en meestal kleurt ze in een kleurboek. Ze wil er niet te dicht bij in de buurt komen. Het bakje is vooral interessant als de deksel er weer op zit. Ik kan haar niet verleiden haar hand bij de handen van de ouders en haar zusje te leggen.

Nadat het kleine meisje weer in het water is teruggelegd haalt de grote zus nog een paar keer de deksel eraf en zet ze de deksel weer terug erop. Ze kijkt door het gaatje en haalt de deksel er weer af. Ze vraagt weer: Is die van vlees? En is die hard? Echt prachtige vragen. Ze wil het weten en is ook zo weer weg, aan het kleuren of aan het kletsen met oma. Ze gaat er zo mooi en rustig mee om. Wat gaat er in zo’n klein koppie om?

Ik loop nog even naar de NICU om de andere dochter te zien. Ze ziet er kwetsbaar uit en is heel beweeglijk. Het gaat goed met deze kleine dame geven ze aan. Fijn.

Hij laat hun oudere zoon boven hun jongste zweven (als een soort van drone)…..

Make a Memory

De telefoon gaat. Of ik tijd heb om een kindje te fotograferen dat volgende week zal komen te overlijden. Ja, ik kan. Ik fiets naar het WKZ en kom op de afdeling. De moeder is bij het kindje en oogt ontspannen. Ze geeft aan dat ik mag doen wat me goed lijkt en laat me mijn gang gaan. Ze geeft aan dat haar man en hun andere zoontje zo komen. Ik geniet van het mannetje dat elke klik van de camera lijkt op te vangen. Lief. Ik vraag of hij nog lacht. Nee, geeft de moeder aan, dat lukt hem niet meer. Hij heeft een spierziekte en we hebben besloten de beademing er volgende week af te halen omdat hij zo hard achteruit gaat. Het fotograferen van een levend kindje is anders dan van een overleden kindje. Het contact met openstaande ogen is fijn. Als het kindje overleden is ga ik op zoek naar andere mooie, bijzondere kenmerken. De donshaartjes, de wimpers, de gesloten ogen, een oor, een kuiltje, een sproetenpatroon, lange tenen of lange vingers, nageltjes. Vaak vraag ik ook of de ouders uiterlijke kenmerken zien die voorkomen bij hun andere kinderen, bij henzelf of in hun familie. Vaak vertellen ze met trots over een vouw in een oor, het puntige neusje dat zo herkenbaar is of de lange tenen die precies hetzelfde zijn als bij een van de ouders.

Ik heb via de telefoon doorgekregen dat dit hun derde zoon is. Het eerste kindje is (ook) overleden. Ik zeg tegen de moeder dat ze dus drie zonen hebben. Ja, zegt ze, de eerste is ook overleden. Ik vraag of ze allebei dezelfde ziekte hebben? Ja, dat denken we wel. Ik vraag of het op elkaar lijkt hoe de jongens zich ontwikkelen / ontwikkelden. Soms wel, zegt ze, en soms niet. Er is te weinig bekend over deze spierziekte. Bij onze eerste zoon hebben we geen obductie laten doen dus we weten het niet, we denken dat het dezelfde ziekte is. Poeh. Wat heftig. Vader en hun middelste zoon komen binnen. Het zoontje wil spelen met auto’s en heeft geen ‘interesse’ in zijn broertje. Het is niet mogelijk om jonge kinderen ‘te dwingen’ want ze weten precies wat ze willen. En ook qua energie is het altijd even afwachten. Ik probeer met ontspanning ze dicht(er)bij elkaar te krijgen. Hij wil af en toe wel kijken maar wil geen auto geven aan zijn broertje. Van mij, zegt hij de hele tijd. Hij is bang dat hij wat moet afgeven. Aandoenlijk. Zijn broertje kan niet veel meer en toch ziet hij een soort van ‘bedreiging’. Misschien omdat er veel aandacht gaat naar zijn broertje? De omgeving? Voelt hij het verdriet? Is het zijn leeftijd? Wat gaat er in zo’n koppie om? Ik weet het niet. Het is een uitdaging om foto’s te maken waar het gezin wat aan heeft. Daar doe ik mijn best voor.

De ouders zijn nog steeds ontspannen. Vader doet allerlei pogingen om vier handen bij elkaar te krijgen, het lukt niet. Hij laat zijn oudere zoon boven de jongste zweven (als een soort van drone) om ze dicht(er)bij elkaar te krijgen. Ik fotografeer het. Is het de ervaring die hen doet ontspannen? Ze hebben het al een keer meegemaakt. Ze hebben het met elkaar tot hier al gebracht. Ik voel bewondering. Wat fijn dat ze ook ouders zijn van een levende zoon. Niet dat dat het verdriet weghaalt of minder maakt, absoluut niet, wel dat er een andere energie op gang komt. Denk ik. Hoop ik. En dat gun ik hen. Wat hebben zij al veel meegemaakt.

Die gaan niet mee als we haar gaan verbranden…

Make a memory

Een meisje van 10 jaar. Heftig verlies, dat is elk verlies, alleen dit is heel snel gegaan krijg ik aan de telefoon te horen.

Ik bel aan. De uitvaartverzorger doet open.
Ik loop door. Geef de ouders een hand en het zusje een aai over haar bol. Moeder geeft aan dat ze haar haren nog even moet doen, boven. Natuurlijk zeg ik. De vader vertelt dat ze beneden ligt. Ik denk aan een souterrain, het blijkt op de verdieping te zijn waar we staan. Ik begreep het niet omdat hij het over beneden had. Ze ligt in de woonkamer (achter), in een mooi tienerbed met een klamboe erboven. Ze is prachtig. Bijzonder zo dichtbij, bij het gezin, zo aanwezig. Ze heeft prachtige, sprekende kleren aan, eigen.

De ouders vertellen het verhaal van haar overlijden. Vorige week leek het alsof ze een griepje had. Beetje koorts, niet fit en overgeven. De ouders vertrouwden het op een gegeven moment niet en gingen met haar naar de huisarts. Deze dacht ook een griep en misschien een vijfde of zesde ziekte omdat ze kleine plekjes had op haar lichaam. Thuis gekomen werd ze zieker en zijn ze op een later tijdstip weer naar de huisarts gegaan. Hierna direct door naar het ziekenhuis. Ze was al niet meer goed aanspreekbaar op dat moment. Doorgestuurd naar WKZ (Wilhelmina Kinder Ziekenhuis). Hier is van alles gedaan om haar te redden, het bleek acute leukemie. Binnen ongeveer een week na de klachten overleed zij. Niet normaal. Afschuwelijk.

De moeder en dochter halen samen de vlecht eruit. De oudste dochter had haar haren altijd los. Zo willen ze ook dat ze erbij ligt, met losse haren, dat past bij haar. In het ziekenhuis waren de haren in een vlecht gevlochten om de mooie lange haren niet te veel te laten klitten en eventueel te beschadigen door allerlei slangen en pleisters en dergelijke. Om makkelijker bij haar te kunnen.

De vlecht is eruit en haar haren worden gekamd door de moeder en het zusje. Mooi. De scheiding wordt op de juiste plek gekamd. Prachtige lange, volle mooie haren. Ze liggen langs haar gezicht. Het is opeens een andere griet. Lang is ze ook. Het zusje is tussen het kammen door een stopmotion filmpje aan het maken. Ze komt weer even kijken bij haar zus en pakt een eigen camera om ook foto’s te maken van haar zus en haar ouders. Ik vraag aan haar of dat de lievelingsknuffels zijn van haar zus. Ja, zegt ze, ik heb die ook en ze wijst naar een kleine knuffel in de hoek van het bed. Die gaan niet mee als we haar gaan verbranden zegt ze. Zo, dat is in ieder geval duidelijke taal, ik merk dat ik even terugdeins om daarna weer verder te gaan met het gesprek over de knuffel. Ik voel bewondering. Het is mooi om te zien hoe dichtbij en ‘gewoon’ de dood in dit huis een plek krijgt en heeft. Ik heb, als ik ergens vreemd binnenkom, altijd wat tijd nodig om te voelen hoe met het verlies wordt omgegaan. Nu zit ik erin.

De ouders en het zusje zijn relaxed en verdrietig. Vooral als ze dichtbij komen. Als ze een kus geven zie ik bewondering, liefde, intimiteit en besef van het verlies. Ze zijn dichtbij haar, halen haar dichtbij, het sproetenpatroon op de wangen, de kleine donshaartjes aan de rand van haar hoofd, haar mooie sieraad, haar fijne neus, haar dikke donkere wimpers, haar wenkbrauwen, de beschadiging in haar hals die door een sjaaltje wordt bedekt. De vader wil dat ook dit wordt vastgelegd omdat het aantoont dat het niet zonder slag of stoot is gegaan, dat ze het zwaar heeft gehad. Het gezin eet tussendoor een boterham en is bezig allerlei zaken te regelen zodra er even niets hoeft qua foto’s. Wat een klus. Ze was net op kamp geweest met haar klas. Ze had genoten en had het goed gehad. De klas wordt uitgenodigd om te komen kijken, om afscheid te nemen.

Ik wens hen sterkte als ik klaar ben.

De moeder laat me uit. Ik zeg dag. Loop naar buiten en besef, zoals elke keer, dat het leven gewoon door gaat. Een groot verdriet en verlies in een huis en buiten draait de wereld door. Bijzonder dat ik even in die intimiteit heb mogen rondlopen en beeld heb kunnen maken waar ik hoop dat de ouders nog vaak naar kunnen kijken en wat aan hebben. Troost, de liefde terugzien waarin ze afscheid hebben genomen van hun prachtige dochter, de warmte terugzien die ze konden geven ondanks de tranen, de rust die ze uitstraalden. Dat zou fijn zijn.

Ik laad de foto’s snel op zodat ik de opdracht af heb.

Ik krijg deze feedback van de stichting:

Ik heb de foto’s goed ontvangen. De beelden spreken voor zich. Het zal een heftige reportage zijn geweest. Jouw foto’s ontroerden me op een of andere manier meer dan gebruikelijk. Dank voor je inzet.

Als de ouders er ook zo over denken dan heb ik mijn werk goed gedaan.

Het is hier net een 5-sterren hotel en welterusten

Hospice

Ik krijg een tip van een collega uit het hospice. Je moet eens gaan kijken bij die en die mevrouw op die en die kamer. Ik klop, aansluitend aan een gesprek met een andere collega, bij deze mevrouw aan en kom binnen. Ze is zich aan het opmaken. Prachtig. Ze kijkt om en kijkt me met prachtige blauwe ogen aan. Ik stel me voor en vertel haar dat ik fotogaaf ben in het hospice. Ik zeg er ook bij dat ze sprekende blauwe ogen heeft. Ja, zegt ze, dat hoor ik mijn hele leven al. Dat zei mijn man ook altijd. Ik vraag of de foto die op de tafel staat een foto van haar man is. Ja, dat was mijn man, hij is overleden. Hij had dementie. Hij was wel heel lief. Ik vraag of zij hem tot het laatst toe thuis heeft kunnen houden / verzorgen? Ja, zegt ze, hij werd weer een kind, maar wel een heel lief kind. Hij is thuis gestorven. Fijn.

We praten nog wat door. Ze laat zien waar ze heeft gewoond en vertelt dat het thuis niet meer ging, alleen. Ze heeft haar familie / vrienden / kennissen een verhuisbericht gestuurd zodat ze weten dat ze naar het hospice is verhuisd. Het is hier net een 5-sterren hotel zegt ze. Dat ik dat nog mag meemaken aan het einde van mijn leven. Ik geniet hier.

Ik vraag haar of ik een portret mag maken van haar. Ja, zegt ze. Heb ik de juiste kleding aan? Ik zeg dat ze er prachtig uitziet. Ze vertelt dat ze eigenlijk altijd blauw aan heeft en vandaag toevallig een zwarte trui. Ze heeft een sprekende sjaal om haar schouders heen. Of ze die straks nog mag wisselen? Geen probleem zeg ik. Ze gaat zitten op de rand van haar bed. Ze is open en vindt het spannend. Ik vraag haar of ze een keer diep wil zuchten en dat doet ze regelmatig daarna. Haar schouders zakken. Dat maakt haar rustiger zie ik. Ik fotografeer eerst met mijn analoge camera op statief. Ik vind het fijn voor de mensen die hier liggen, ze verdienen de aandacht, de rust, de ruimte die er ontstaat. Continu kijken, scherp stellen, kijken. En voor mij is het spannend om weg te brengen. Is het goed gegaan? Zijn alle foto’s gelukt? En wat is de beste foto? Het voordeel is ook dan niemand kan vragen: Kijken, kijken, mag ik het even zien? Want ik kan niks laten zien. (En soms is het een goed excuus om nog een keer binnen te mogen komen!) Heerlijk.

Haar nagels zijn gelakt. In een zacht, roze kleur. Ik vraag of ze haar handen dichter bij haar gezicht kan houden omdat haar nagels zo mooi zijn gelakt. Ja, zegt ze enthousiast, dat doet iemand hier ook voor je. Een van de vrijwilligers vindt het leuk om nagels te lakken en ze kwam het vragen. Ik vind het ook leuk en het is zo fijn dat het voor je wordt gedaan.

Dat is natuurlijk wel vaker de situatie. Thuis loopt het niet meer, gaat het niet meer, kost de verzorging teveel energie en hier komen de mensen tot rust omdat er voor hen wordt gezorgd op een aantal vlakken. De aandacht kan naar andere zaken gaan.

Later als ik de collega, die mij heeft verteld dat ik naar deze mevrouw moest gaan, weer spreek zegt ze ook nog iets moois over deze mevrouw. Deze mevrouw had al aangegeven dat ze het hier prettig vindt, ze geniet van de tuin, de rust, de omgeving: Een echt 5-sterren hotel. Daarnaast had ze ook tegen mijn collega gezegd: En als je gaat slapen zegt iemand je: ‘Welterusten’, dat vind ik zo fijn.
Dat dat soort ‘kleine’ dingen zo belangrijk zijn en van waarde, realiseer ik me niet altijd. Zij benoemt het en geniet ervan.

Ze kijkt, slikt, kijkt, slikt en blijft kijken

Make a Memory

Een oproep vanuit het AMC ziekenhuis te Amsterdam. Of ik kan. Als ik het verhaal hoor dan ben ik blij dat ik kan. Het kindje is opgebaard in het water. Wauw. Ik heb er over gelezen en nog nooit gezien in het echt. Ik krijg ook te horen dat de moeder absoluut niet wil worden gecondoleerd. Oké. Ik rijd er heen. Bij de ingang zie ik een groot hek met beren, andere knuffels, spandoeken, teksten, vlaggen en bloemen voor Nouri. Indrukwekkend. Straks even terug om daar een foto van te maken.

Ik ben te vroeg. Ik weet hoe gevoelig dat kan liggen. Ooit vertelde een vriendin mij dat de huisarts te vroeg kwam voor de euthanasie van haar moeder en hoe moeilijk ze dat vond. De afgesproken tijd is dan zo’n houvast en te laat komen kan ook echt als vervelend worden ervaren. Dit heb ik onthouden, omdat ik denk dat het ook zo kan werken bij het maken van foto’s van een overleden kindje of volwassene. Als ik zeg dat ik er ben zegt de verpleegkundige: Fijn, ik loop even naar de ouders om te zeggen dat je er bent. Ik zeg dat ik vroeg ben en dat ik begrijp als het (nog) niet uitkomt. De verpleegkundige komt terug en geeft aan dat de moeder inderdaad lichte paniek voelde omdat ze nog niet klaar was. Ik zeg: Geen probleem. Ik wacht tot de afgesproken tijd of totdat het wel uitkomt. In de lunchpost stelt een verloskundige zich voor. Ze staat even later op en zegt: Ik ga ook een overleden kindje halen nu. Het is echt lopende band werk hier. Dat klinkt niet fijn.

De verpleegkundige die verantwoordelijk is voor de zorg van de ouders heeft met de ouders geregeld dat ZIJ bellen wanneer ze klaar zijn. Prima. Ik drink een lekker kopje thee. De bel gaat ten teken dat we naar binnen mogen. Ik stel me voor en ze zijn dankbaar dat ik er ben. Ze vragen of ik dit vaker doe. Ik vertel wat over mijn werk. De TV staat aan met volgens mij Goede tijden, slechte tijden. Ik hoor het aan de melodie. Ik heb bijna de neiging om te vragen of de TV uit mag, maar realiseer me dat het niet belangrijk is wat ik ervan vind. Kennelijk ervaren zij het als niet storend. Intussen is de verpleegkundige weg om het babytje te halen. Moeder geeft aan graag naar huis te willen. Ze ligt al twee weken in het ziekenhuis en heeft behoefte aan rust. Haar, hun eigen plek. Ze zijn duidelijk in hun communicatie en willen dat ook de baby nu ook rust krijgt. Deze foto’s nog en daarna wordt er niet meer aan haar gezeten. Moeder ziet er tegenop. Haar vriend is haar tot steun en moedigt haar aan dat ze het kan. Liefdevol. Intussen hoor ik muziek van The Bold and the Beautiful. Dat keek ik vroeger tijdens mijn studententijd. Bestaat dus nog steeds.

De baby is er. In een plastic bak met water. Ik kijk ervan op. In mijn gedachte had ik me een baby in een emmer voorgesteld. (In de auto op de terugweg realiseer ik me dat dat misschien helemaal niet kan omdat het kindje dan in elkaar zakt?!?). Ze ligt er mooi bij. Het is natuurlijk. Rustig. Naakt en eigen. Vredig ook. Zoals het in de buik heeft gezeten. Ik maak wat foto’s van haar in het water. De verpleegkundige haalt haar uit het water en slaat een hydrofiele doek om haar heen. Ik vraag of ze toevallig een eigen deken hebben. Of heeft het ziekenhuis een deken/doek? vraag ik de verpleegkundige. De verpleegkundige gaat kijken en komt terug met een paar patchwork dekentjes. Deze zijn speciaal gemaakt voor overleden kindjes: Quilts of Love. Ze kiezen het roze dekentje met de kleine babyvoetjes. De lieve baby wordt in de doek gewikkeld en aan moeder gegeven. Ze kijkt, slikt, kijkt, slikt en blijft kijken. Alsof ze voor de eerste keer ECHT naar haar kindje kan kijken. Prachtig. Ik maak haar complimenten dat ze het goed doet. Het is, denk ik, ook echt de eerste keer dat ze hun dochter vasthoudt na de geboorte. Hij kust zijn vriendin en moedigt haar aan met lieve woorden. Het is pittig voor haar. Ik zie het aan haar. Ze doet het goed.

Hij heeft de wens dat het kindje op haar buik komt te liggen zoals het in de buik heeft gezeten. Op mijn blote buik? vraagt zij. Ja, zegt hij. Dat gaat haar te ver. Ze zegt: Ik wil niet dat je spijt krijgt maar mag het ook op mijn t-shirt? Het lijfje van hun dochter is koud. Ze wil die kou niet voelen. Zij geeft een grens aan. Hij gaat akkoord. Ze beweegt al veel mee. Hij ook. Het kindje ligt op haar buik en ik maak een foto.

Even later blijkt dat ze op de website van Make a Memory heeft gekeken en ze geeft aan wat ze verder wil. Altijd fijn. Hun handen bij elkaar en haar voetjes in hun handen. Ze heeft in een half uur grote stappen gezet. Mooi om bij te mogen zijn. Hij was haar aangever en aanmoediger. De liefde en zachtheid hebben haar laten bewegen. De verpleegkundige vraagt of ze het dekentje straks in het mandje willen laten of zelf willen houden. Ze kijken elkaar aan. Ja. We bewaren het. Hij zegt: Mijn zus had ook iets meegegeven maar dat is een tafelloper, dus niet zo geschikt. Hij haalt de roze loper tevoorschijn en wordt bevestigd dat dat niet mooi is. Ik ga een aandenken maken zegt hij, met foto’s, haar kaartje, dit dekentje en haar naam erop. Met een houten lijst eromheen. Dan is ze altijd bij ons.

Bij de auto aangekomen denk ik opeens weer aan de hekken met de steunbetuigingen aan Nouri en zijn familie. Ik loop erheen en maak wat foto’s met mijn mobiele telefoon. Het lijkt bijna alsof iedereen al afscheid heeft genomen van hem. Alsof hij is overleden. Hij kan niet meer voetballen, hij is er nog wel!

Nouri

Dat is helemaal geen fotograaf!

Make a Memory

Onderweg vanuit Nijmegen, waar we bij een crematie zijn geweest, word ik gebeld. Make a Memory. Of ik aub foto’s wil maken in een ziekenhuis op een half uur rijden. In de vakantietijd is het krijgen van fotografen moeilijk. Ik zeg dat ik onderweg naar huis ben en thuis mijn fototoestel ga pakken. Een vierde kindje van de ouders. Het eerste kindje is ook al overleden en nu het vierde kindje. Poeh. Ik kleed me thuis om en stap in de auto. Ik parkeer op de parkeerplaats en loop naar de hoofdingang. Ik zie een vrouw in de rolstoel met een man bij de rokersruimte staan en heb het gevoel dat dat de ouders zijn. Ik loop naar de afdeling en moet even wachten op de verpleegkundige. Tien minuten later haalt ze me op en we lopen naar de kamer. De ouders zijn net even naar beneden. Ik had dezelfde mensen al langs zien komen en zeg tegen de verpleegkundige dat ik denk dat ze bij de lift staan. Inderdaad, het zijn de ouders. Ik stel me voor en ze gaan mee naar de kamer. De kamer zit vol. Twee opa’s, twee oma’s, een zus?, een vriendin en terwijl hun overleden zoontje wordt gehaald komt er nog een vriendin binnen. Ook zijn er twee broertjes, een van ongeveer 5 en een van ik denk bijna 2 aanwezig. Het is een drukte van belang. De oudste zoon speelt een spelletje op de telefoon, een racespelletje zo te horen en kijkt in eerste instantie niet op of om. Iemand vraagt aan hem te stoppen met het spelletje en dat doet hij. Zijn opa zegt: Dat is de fotograaf, die foto’s komt maken van jullie en van jullie broertje. Hij: Dat is helemaal geen fotograaf. Nee, hoe ziet een fotograaf er dan uit volgens jou, vraagt een van de opa’s. Niet zo, zij heeft zeker een nepcamera bij zich, zegt hij. Ik vraag of hij in mijn tas wil kijken. Nee, zegt hij. Ik moet lachen om zijn stelligheid.

Hun overleden broertje wordt binnengebracht. De verpleegkundige vraagt aan mij wat de bedoeling is. Ik zeg dat dat niet aan mij is maar aan de ouders. Ik vraag wat de ouders willen en wat mogelijk is. Moeder geeft aan dat de regie bij vader ligt want ze zegt ik heb het al een keer meegemaakt dus ik weet wat het is. Vader zegt dat hij alles goed vindt en dat ik de fotograaf ben dus weet wat mooi is. Ik vraag of ze met elkaar in de stoel willen en kunnen zitten. Ja hoor zegt moeder. Vader geeft aan het kindje niet te willen vasthouden. Duidelijkheid is prettig dus ik ben er blij mee. Moeder neemt haar overleden kindje op schoot en de rest komt er omheen zitten. Ze kijken elkaar aan en over en weer worden kussen uitgedeeld. Het oudste broertje vraagt of hij zijn broertje op schoot mag. Natuurlijk zegt de moeder en hij is apetrots op zijn eigen kunnen. Met liefde kijkt hij naar zijn overleden broertje. Zo knap!

De moeder vraagt of haar moeder ook met de baby op de foto mag. Natuurlijk zeg ik. Oma met haar kleinzoon. Een tweede kleinzoon verloren. Wat heftig. Zij kust hem en de oudste jongen vraagt: Kus jij hem? Ja, zegt oma. Ik vind dat vies zegt hij. Ik niet, zegt oma. Wat gebeurt er veel.

Ik vraag of het kleine mannetje op bed mag worden gelegd zodat al hun handen samen kunnen worden gefotografeerd. Ja hoor, zegt moeder. Het lukt. Hierna vraag ik aan de verpleegkundige of hij nog in een mandje kan worden gelegd met een eigen of andere doek/deken als de ouders dat goed vinden. Ja hoor zegt de vader. Moeder is inmiddels naar beneden. Ik vraag of ik het mandje op de grond mag zetten om hun kindje van bovenaf te kunnen fotograferen. Ja hoor zegt hij. Je mag alles doen om mooie foto’s te maken, je mag hem desnoods tegen het raam houden. Ik begrijp wat hij bedoelt. Het is bijzonder om te ervaren hoeveel ruimte hij geeft en hoeveel vertrouwen hij heeft. Dat je in je verdriet een soort van groeit of dat het verdriet hem niet dicht doet slaan maar juist open maakt. Hij vertelt dat bij het eerste kindje de zwangerschap bewust is afgebroken omdat bleek dat het kindje een ernstige hartafwijking had. Het is de tweede keer dat zij een kindje verliest. En voor hem dus een eerste keer. Ik wens hem sterkte. Hij bedankt me. Ik geef alle anderen aanwezigen ook een hand, bedank hen en wens hen sterkte. Op de gang loop ik tegen de moeder aan. Ik bedank haar ook en zij mij. Ze zegt: Het is mooi werk dat jullie doen, bedankt.

Een ketting met heel veel kralen, een kanjer van een meisje!

Make a memory, een oproep.

Een kindje van ongeveer 2,5. Een meisje met een enorm agressieve vorm van nierkanker. In maart ontdekt en nu hebben de ouders besloten dat ze voldoende heeft gevochten. Het heeft niet geholpen. De beademing gaat eraf.
Ik ben wat vroeger en moet even wachten want er zijn betrokkenen die afscheid willen nemen. De verpleegkundige vertelt het verhaal over het korte leven van dit meisje. Het is fijn als ze, de verpleegkundigen, naast de drukte even komen zitten met aandacht en vertellen wat ik tegen ga komen.

Als ik de kamer opkom zie ik verdriet, geregel en drukte. De kamer is bomvol omdat er twee bedden staan naast elkaar. Een met het zieke meisje en een voor de ouders. Moeilijk bewegen in deze krappe ruimte. De ouders zijn druk in de weer
want van de handen en voeten van het zieke meisje worden gipsafdrukken gemaakt. Ook van de ouders en van haar zusje van 8 maanden. Die is vrolijk aanwezig. Als de gipsafdrukken zijn gemaakt vraag ik of voor de foto ook de vier handen bij elkaar kunnen worden gelegd. De beweeglijke dame van 8 maanden doet goed mee. Het zieke meisje heeft af en toe nog haar ogen, starend, open. Ik probeer dit vast te leggen. Dan komt de behandelend arts. Ze omhelst beide ouders en vader barst in snikken uit. De arts loopt na deze begroeting naar het zieke meisje en fluistert allerlei dingen in haar oor. Ik luister niet mee en kijk naar het tafereel. De laatste zin vang ik op omdat ik weer iets dichterbij kom. Het is goed zo, je hebt enorm hard gevochten, dit kon je niet winnen, jij en je ouders hebben dit fantastisch gedaan.

Tijd om de beademing eraf te halen. Dat is altijd zo’n heftig moment. Moeder gaat dichtbij haar dochter zitten op het bed. Vader staat ernaast. De andere dochter is ergens in het ziekenhuis bij opa en oma. De handelingen die moeten worden gedaan vergen altijd wat tijd. Monitor op stil. Moeder krijgt haar dochter in haar armen. Eindelijk weer. Dichtbij. Ze kust, ze aait, ze kijkt, ze huilt, ze geniet, ze ligt dicht tegen haar dochter aan en de vader tegen zijn vrouw. De arts en alle andere aanwezigen zijn stil, tranen in onze ogen. Opeens kijkt de moeder op: Hebben we alles gedaan? vraagt zij aan de arts. Slik. Ja, zegt de arts, jullie hebben alles gedaan, deze strijd konden jullie en kon zij niet winnen. Jullie hebben echt alles gedaan en dat jullie ook dit voor haar doen getuigt daarvan. Dat vind ik ook. Het is altijd weer zo’n moedig besluit om je kind los te laten. Alles in je lijf wil dit niet. Toch gun je je kind rust omdat je ziet dat het zo hard werkt en dat de behandeling niet aanslaat, je kind alleen maar zieker wordt of dat het op is. Poeh, zo heftig. Ik zie ook de kralenketting liggen van dit meisje. Zoveel kralen. Zoveel (be)handelingen heeft zij moeten ondergaan. Zoveel moeten doorstaan. Echt heel heftig, in haar zo jonge leven. Ik sta op een olifantenkruk en probeer de momenten die er zijn voor de ouders vast te leggen. Ik loop om de bedden heen om te kijken waar ik ze goed kan vastleggen. We gaan even met z’n allen uit de kamer om de ouders in alle rust dit laatste moment met hun dochter te laten beleven. Als we na een tijdje terug gaan is het meisje overleden. Ik vraag voor de foto of vader haar nog even vast wil houden. Dat wil hij. Een starende blik. Het lijkt wel moeheid, hij is ook op van het harde werken en vechten. Wat een klus. Hierna moet er snel worden gehandeld. Ze willen dat hun meisje wordt bekeken, ze gaat voor obductie. Jammer voor de foto’s die ik niet kan maken. Juist in deze (rustige) momenten zijn er goede beelden te maken. Rust is er niet. Even heb ik daar last van omdat ik graag meer wil nalaten voor deze ouders. Die tijd is er niet en wat zij nu gaan doen is voor hen heel belangrijk. En daar gaat het om. Een groot verlies, een moedig besluit, een dappere familie.

Thuis

Make a Memory

Het is fijn om mensen in hun eigen huis te mogen bezoeken en hen samen met hun overleden kindje daar te mogen fotograferen. In de eigen omgeving, rust, een wiegje.
En ook confronterend. Confronterend omdat alles klaar staat om te ontvangen en de ouders noodgedwongen afscheid moeten nemen, eigenlijk met min of meer lege handen staan.
Een ‘koud’ wiegje met een koud lijfje in plaats van een warm wiegje met een warm lijfje.

Als ik daar aan kom doet de kraamverzorgster open. Ik loop de kamer binnen waar de ouders aan tafel zitten. Ik geef beide ouders een hand en een 1-jarige broer aai ik over zijn bol. Lief manneke. We zitten even stil en opeens begint de vader te praten. Hij legt uit wat er is gebeurd. Het jongetje was/leek, ogenschijnlijk, gezond geboren. Ze namen hem vanuit het ziekenhuis mee naar huis. Toen ze thuiskwamen en de baby gal ging spugen vertrouwde de kraamverzorgster het niet en heeft zij de ouders naar het ziekenhuis gestuurd. Daar aangekomen moesten ze direct door naar het WKZ (Wilhelmina Kinder Ziekenhuis). Na een operatie bleek dat de darmen al voor een groot deel waren afgestorven. Er bleek niets meer aan te doen. Hoe? Weten ze niet. Hij geeft aan dat ze enorm zijn overvallen door de snelheid waarmee het is gegaan.
Hun andere kleine mannetje praat door ons heen.

Na een tijdje gaan ze naar boven met de kraamverzorgster. Zij komt weer terug als de ouders zich even willen klaarmaken. Ze vraagt aan mij of ik dit al eerder heb meegemaakt/gedaan. Ja, zeg ik. Ik heb dit nog nooit meegemaakt zegt ze. Ik vind het heftig. Ja, zeg ik. Wat een groot verlies. Ik vraag of er ondersteuning is binnen haar organisatie. Ja, zegt ze. Zij is degene die de ouders naar het ziekenhuis heeft gestuurd omdat ze het niet vertrouwde. Ze vraagt zichzelf af of ze dat wel snel genoeg heeft gedaan? Ik denk dat ze juist heeft gehandeld, wat een moeilijke vraag.

Ik kan naar boven. Moeder heeft hun overleden zoon uit zijn wiegje gehaald en houdt hem vast. Ze geniet van hem. Zo mooi. De liefde straalt van haar gezicht af. Ik vraag of ze eerst met z’n vieren op de foto willen nu de energie van de oudste nog goed is. Dat lukt. Vier handen bij elkaar. De oudste zoon kijkt de hele tijd naar zijn kleine broer. Wil hem aanraken, aaien. Opeens geeft hij spontaan een kus aan zijn broertje. Prachtig. Bij de moeder stromen de ogen vol met tranen van bewondering, liefde, van geluk. De spontane actie van hun oudste zoon verrast haar volledig, mij ook. Ik was gelukkig op tijd voor een foto. Direct daarna heeft de grote broer oog voor zijn moeder, hij merkt haar tranen en emoties op en geeft haar ook een kus. Lief. Ook als het overleden mannetje op bed ligt krijgt hij nog een dikke kus van zijn grote broer. Daarna is het op en neemt de kraamverzorgster de oudste mee naar beneden. Hij heeft het geweldig gedaan. Ik maak foto’s van hun 3-en, zijn ouders die hem kussen, vasthouden en aaien. Ook fotografeer ik hem in zijn wiegje en met een hele mooie geboortekrans van oma waarop zijn naam en geboortedatum staan geborduurd.
Ik hoop dat het helpend is dat er een kindje rondloopt. Een kindje dat je verrast, laat lachen en waar je je liefde aan kunt tonen. Dit alles naast het verdriet van het verlies. Wat een bijzondere ochtend.