Ik voel me direct rustig worden als ik bij ze ben

Oproep van Make a Memory

Een jongen van een eeneiige tweeling is overleden.

Ik krijg de vraag of ik vroeg in de ochtend kan komen. Doe ik. Ik rijd erheen en ben er rond half 10.
De ouders slapen nog. Ze moeten worden wakker gemaakt. Later blijkt dat ze hadden gevraagd om een fotograaf voor de middag. Een fout in de communicatie waardoor het lang gaat duren voordat ik terecht kan bij de ouders en de kindjes. Ach ja. Tijd is opeens relatief en een afspraak die ik had gaat verloren.
De verpleegkundige vraagt aan mij wat er van haar wordt verwacht en of ze erbij moet zijn, het is haar eerste keer. Ik geef aan dat die vraag bij de ouders ligt en of zij er behoefte aan hebben, als zij zelf het kindje niet oppakken dan heb ik graag haar hulp. Ze geeft aan dat ze het druk heeft en gaat kijken of ze een collega kan regelen. Na een kwartier komt een collega. Zij geeft aan alle tijd te hebben. FIJN. We gaan kennis maken met de ouders. Zij vinden het prima als wij naar het overleden kindje gaan en komen daarna naar de NICU (Neonatale Intensive Care Unit) omdat hun andere zoon daar ligt. Ze geven aan dat het fijn is dat ze weten hoe hij eruit gaat zien als hij opgroeit omdat ze zijn broer hebben. Dat geeft troost zegt de moeder. We willen graag foto’s zegt de vader ook al weten we niet of we er vaak naar gaan kijken. Het is prettig als je ze hebt dan heb je een keuze.

De verpleegkundige haalt het overleden kindje en brengt ons naar een lege kamer. Ze heeft alle tijd geeft ze nogmaals aan en dat is fijn. Omdat het kindje al een tijdje was overleden in de buik, ziet het er kwetsbaar uit. Ik merk dat ik even tijd nodig heb om te ‘wennen’ aan het kindje. Ik vraag wat ik denk dat een fijn aandenken is voor de ouders en de verpleegkundige helpt me. Ze geeft ook aan wat zij denkt dat goed is en dat vind ik prettig. Ze zegt: Misschien bemoei ik me er teveel mee en als dat zo is dan moet je het zeggen. Ik geef aan dat ik het juist fijn vind en dat we er samen een fijne herinnering voor de ouders van maken en voor zijn levende broertje. Ze legt hem met zorg op zijn zij en ik maak foto’s van dichtbij en van wat verder af. Zijn voetjes worden op elkaar neergelegd en ik word blij van de foto’s die ik kan maken van dit kwetsbare mannetje. De verpleegkundige geeft aan dat ook zij dit fijn vindt om te doen. Ze heeft er gevoel voor wat goed beeld kan opleveren.

Ik denk dat we een half uur bezig zijn als we door een andere verpleegkundige worden gehaald omdat de NICU klaar is ons te ontvangen. Zij haalt de ouders en wij gaan met het overleden kindje naar de NICU. We lopen achter de ouders aan die we op de gang ontmoeten. Het levende kindje komt naar een aparte kamer en wordt uit de couveuse gehaald. De voor hem zorgende verpleegkundige geeft aan dat het goed met hem gaat. Het is een prachtig mannetje met donkere haren en een heel lief dopneusje. Hij wordt op een kussen neergelegd. Ook zijn broertje wordt uit zijn kistje gehaald en naast hem neergelegd. Mooi, de twee broers naast elkaar. Ook tegenstrijdig. Een levend mannetje en een overleden mannetje. De kracht tegenover de stilte. De rode kleur in tegenstelling tot de lichte kleur. Het lijkt wel alsof hij rustig wordt zodra hij naast zijn broer ligt, hij iets voelt aan zijn rechterkant. Bijzonder. De moeder geeft aan enorme kramp te krijgen in haar buik zodra ze haar levende zoon ziet. Dat zijn de hormonen geeft de verpleegkundige aan. Moeder lijkt een beetje angstig omdat het levende kindje het overleden kindje aanraakt, vanwege besmetting van iets? De verpleegkundige geeft aan dat ze straks de handjes zal schoonmaken. Ik probeer zoveel mogelijk foto’s te maken als aandenken. De handen van de ouders met de voetjes van de twee mannetjes. De twee mannetjes naast elkaar, hun koppies, hij handjes. Vader zit ernaast, dat voelt dichtbij. Moeder neemt wat meer afstand totdat haar wordt gevraagd of ze even naast haar zonen komt zitten. Dat doet ze. Ik probeer zoveel mogelijk foto’s te maken als aandenken. De handen van de ouders met de voetjes van de twee mannetjes. De twee mannetjes naast elkaar, hun koppies, de handjes.

Als we teruglopen zegt de vader: Ik voel me direct rustig worden als ik bij ze ben. Ik neem afscheid en wens ze geluk en sterkte. Tegenstrijdige gevoelens. Gefeliciteerd en gecondoleerd. Ik loop rustig naar de auto en ben blij als ik uit de donkere parkeergarage ben. Licht!

De meiden hebben hun mooiste jurken aangetrokken

Een oproep.

Een bijna 1-jarig meisje met een hersentumor. Ze was geopereerd, na korte tijd is de tumor volledig teruggekomen en wordt er niets meer gedaan. Kan er niets meer worden gedaan. Wat afschuwelijk. Als ik aankom moet ik even wachten. Ze wordt leeggezogen want ze heeft last van slijm. Na 10 minuten kan ik terecht en stel me voor. Vader zit met haar op schoot in een grote stoel, er zijn twee zussen aanwezig, ik zeg hallo tegen ze, moeder geef ik een hand en opa en oma ook. De sfeer is ontspannen, in ieder geval lijkt dat zo. De meiden hebben hun mooiste jurken aangetrokken. Echt prachtig. Ze zeggen dank je wel als ik ze hiermee complimenteer. Ik maak foto’s van het gezin, van de ouders met het kleine meisje, van de dames (moeder en haar drie dochters), van de zussen die een voetje vasthouden en de kleinste zus een kus geven. Ze werken fijn mee.Bijzonder. Moeder neemt daarna haar jongste dochter over en ik zet haar ook samen met de kleinste op de foto. Ze geeft een kus en aait. Opa en oma gaan ook nog op de foto. Nu ik er ben kan ik beter zoveel mogelijk vastleggen. Opa zegt: Dat is leuk, die foto’s.

Ik vraag aan de meiden of ze nog iets hebben bedacht of iets willen. De oudste geeft aan dat ze wel met haar jongste zusje op de foto wil, liggend op bed. Prachtig. Graag zeg ik, dat is een goed idee. De twee zussen om de kleine meid heen, de meiden een voor een alleen met hun jongste zusje, vader en moeder samen met hun jongste dochter, vader alleen met de jongste en moeder ook. Dichtbij elkaar en ik mag het allemaal vastleggen. Echt mooi en bijzonder. Ik bedank ze en wens ze sterkte. Ze bedanken mij en zeggen dag.

Een paar dagen later hoor ik dat het meisje dezelfde nacht is overleden. Poeh, wat heftig. Ik hoop dat de foto’s troost geven, herinneringen toelaten en zoals Manu Keirse zegt: Verlies overleven is de herinnering herbeleven.

Misschien helpen mijn foto’s hier een beetje bij. Ik hoop het voor het gezin.

Er zit nog smeer op haar prachtige koppie.

21.40
Een oproep van Make a Memory of ik vanavond en anders morgenvroeg foto’s wil maken van een overleden kindje. Ik vind het al laat en geef aan dat ik morgenvroeg op de fiets stap en dat ik er tussen 09.00 – 09.30 zal zijn of vroeger als dat fijn is. De ouders willen graag snel foto’s, geeft de telefoniste aan, want het kindje is nu nog zo mooi. Ruim 37 weken, levenloos geboren omdat de placenta opeens heeft losgelaten. Het kindje is met een keizersnede geboren. Afschuwelijk. Ik denk even na en zeg dat ik nu wel in de auto stap. Ik pak mijn camera en rijd door het donker naar het ziekenhuis. Ik kan de weg dromen en toch rijd ik verkeerd.

Ik ben er om 22.10. Het is stil op de afdeling en ik heb geen idee waar de verpleegkundigen zijn. Door twee klapdeuren heen zie ik opeens een verpleegsterspost. Er staat een verpleegkundige te telefoneren en ik loop door. Eindelijk zie ik drie medewerkers en ik geef aan waarvoor ik kom. Ze bellen de verantwoordelijke verpleegkundige S. en ik ga even naar het toilet, ben (te) haastig weggegaan. Als ik terugkom vraagt S. of ik wat wil drinken want ze moet nog even bloed afnemen bij de moeder en dan kan ik rustig gaan fotograferen. Ik neem een thee en er wordt me een ruimte toegewezen waar ik even kan zitten. Opeens komt de telefonerende verpleegkundige binnen. Ze zegt: ‘Je zult wel denken wat zit ze daar privé te bellen, ik had een collega aan de telefoon in een ander ziekenhuis.’ Ik zeg: ‘Ik heb niets gehoord van het telefoongesprek.’ Nou, gaat ze verder, we maken dit niet heel vaak mee, gelukkig, en ik moest haar even bellen en het vergt veel administratie. Ze is zenuwachtig lijkt wel. Ik geef nogmaals aan dat ik niets van haar gesprek heb opgevangen en dat ze aan mij geen verantwoording hoeft af te leggen. Het is aan dovemansoren gericht. Ik geef aan dat het stil is op de afdeling en dat ik blij was dat ik iemand had gevonden. ‘Ja, we zijn gehalveerd, de helft is naar het andere ziekenhuis, dus het is inderdaad rustig qua personeel.’ Ze gaat verder geeft ze aan en ik zeg dag.

Niet veel later word ik opgehaald door S. Ik ben klaar zegt ze en de ouders zijn er klaar voor. Ik loop mee. Onderweg vertelt S. dat de moeder van de moeder er is én de moeder van de vader. Ik vraag of ze in de gaten wil houden of het niet te druk is in de kamer. Op dat moment zijn we al bij de kamer en het is alsof ze me niet heeft gehoord. Ik kom binnen en stel me voor. De verpleegkundige zegt: Ik ga verder met werken, als jullie hulp nodig hebben dan roep me maar. De moeder zegt: Ga jij maar even lekker zitten. Nee, zegt de verpleegkundige, ik moet jouw EPD (electronisch patiënten dossier) gaan invullen en weg is ze.

Ik pak direct mijn camera want het kindje ligt heerlijk bij moeder. Ze is prachtig. De ouders gaan er heel ontspannen en heel dichtbij mee om. Bijzonder is het. Ik vraag of ze hun drie handen bij elkaar gefotografeerd willen hebben? Ja, dat is mooi, zegt de vader en ze komen direct in actie. Ik ben even vergeten of het een meisje of een jongen is en ik hoor mezelf ‘hij’ zeggen terwijl ik direct als ik vraag of ze haar handje willen vrijmaken meisjeskleding zie. Ik schaam me. Dit is me nog nooit overkomen. Ze reageren er niet op, gelukkig. Ook de voetjes geeft de moeder aan. Slofjes en sokken worden uitgedaan. Ik zet de voetjes van het kleine meisje samen met de handen van de ouders op de foto. Ze heeft een prachtig pakje aan. Ze is helemaal volmaakt, af, alsof ze zo kan gaan ademen. Het is afschuwelijk. Er zit nog smeer op haar prachtige koppie. De moeder huilt en vader zegt: ‘Vanmorgen leefde ze nog.’ Moeder zegt dat ze opeens een harde buik kreeg en een wee die niet meer ophield. Ze heeft de verloskundige gebeld en die is gekomen. In de tussentijd, gaf ze aan, waren de andere twee kindjes ontzettend lief. Ik kon niets meer en ze waren heel geduldig en deden wat ik ze vroeg. Moeder barst elke keer in snikken uit. Ze wordt geaaid door haar man of door haar moeder. Het is stil in de kamer. Er heerst een mooie, fijne sfeer. Iedereen wordt in zijn/haar waarde gelaten. ‘Wat heb je gegeten met ze?’ vraagt moeder volgens mij aan haar schoonmoeder. ‘Spaghetti’ zegt de (schoon)moeder. ‘Ze vonden het heerlijk.’ Ook de dagelijkse gang van zaken wordt besproken door het verdriet heen. Wat fijn dat ze straks niet teruggaan naar een leeg huis, ondanks de leegte. Ik maak foto’s van vader, moeder en hun baby. Van haar oortjes en gebruik nog een keer ‘hij’. Ik realiseer me direct dat ik een fout maak en de vader zegt het is een zij en de moeder zegt dat heel veel mensen altijd hij zeggen en ik voel me niet vervelend, ik vind het wel onattent. Dit is me nog nooit overkomen. Is het het tijdstip? De snelle actie na het telefoontje? Het bezig zijn met moet ik morgen of nu gaan waardoor de informatie aan de andere kant (van de telefoniste) niet binnenkwam? Mijn doel alleen maar waardevolle foto’s te maken ondanks het geslacht? Ik heb geen idee. Ik neem me voor dat dit de eerste keer en de laatste keer is.

Ik maak foto’s van de drie generaties vrouwen. De moeders zijn prachtig aanwezig en geven alle ruimte aan het echtpaar en het kindje om te zijn in het moment, in het verdriet, in de schoonheid, in de liefde, in het onbegrip, in de machteloosheid, in het verlies. Als ik mijn camera inpak komt de moeder van de moeder naar me toe. ‘Wat moeten ze hier nou voor betalen?,’ vraagt ze. Ik zeg: ‘Niets.’ Ze kijkt me vragend aan. ‘Dit is vrijwilligerswerk’, zeg ik. ‘Wat mooi’, zegt ze. ‘Wat is de reden dat je dit doet?’ Ik zeg: ‘Dat het elke keer weer prachtig is om over de drempel te mogen stappen om in de intimiteit en de kwetsbaarheid te mogen komen. Het vult mijn hart.’ ‘Ja, zegt ze, het is echt, hier wordt niets gespeeld.’

Dat is het inderdaad, de echtheid en dat ik een blijvende herinnering afgeef. Dankbaar werk!

Twintig hele lieve zachte, kleine kusjes.

Een oproep.
Vrijdagavond. Ik zeg als ik direct kan komen dan doe ik het.
Daar is natuurlijk overleg voor nodig met de ouders en het ziekenhuis.
Ik word teruggebeld en krijg te horen dat het kan.
Ik pak de auto om er snel te kunnen zijn.

Ik loop naar de intensive care unit voor baby’s en moet even wachten op de ouders. Het kindje is te vroeg geboren en heeft te weinig zuurstof gekregen tijdens de geboorte. De moeder heeft zwangerschapsvergiftiging en is nog steeds flink ziek daarvan. Dit zal de eerste keer zijn dat ze haar kindje ziet.

Zij wordt in bed naar de unit gereden, haar man loopt naast haar. Ze krijgt het kindje op haar borst en wordt verdrietig. Heel stil verdrietig. Ingetogen huilt ze en ze is onder de indruk. Zoekt contact met haar man om het verdriet te delen. Hij kijkt alleen maar naar hun kindje en aait haar en is dichtbij. Wat een intens moment, ook om bij te zijn, dit is zo van hen. Ik voel me even te veel, te dichtbij en geef ze ruimte om te ervaren, te voelen.

Daarna kom ik weer terug op de kamer en maak foto’s. Van de vader die zijn kindje een kus geeft, hij geeft er wel twintig. Hele lieve zachte, kleine kusjes. Van de moeder naar haar baby kijkend, met een traan op haar wang en voorzichtig een kus drukkend op het mooie koppie van haar baby. Er is een verpleegkundige die benoemt dat het hun kindje is, dat ze ook moeten genieten, dat ze ouders zijn geworden. Soort van persoonlijke begeleider / verpleegkundige. Dat is denk ik fijn want er is noodgedwongen een onnatuurlijke afstand ontstaan tussen kind en ouders omdat zowel moeder als kind niet oké waren. Wat heftig en ingrijpend. Ook omdat je weet dat het kindje straks zal komen te overlijden. Het kindje wordt rustig als het op de borst ligt van de moeder. Ik maak nog een paar foto’s en zeg dan dat ik klaar ben tenzij zij nog iets hebben bedacht. Nee.
Ze bedanken me, wel tien keer en vragen of ze mijn adres mogen hebben omdat ze zo dankbaar zijn. Ik bloos van de hoeveelheid dank je wellen. Ik geef aan dat de stichting het wel kan regelen. Dat als ze een bedankje sturen, het bij mij terecht komt. Dankbaar werk.

Ik loop terug naar de auto en rijd weg. Onderweg zie ik iets onder de ruitenwisser zitten. Ik baal, een bon? Thuis gekomen haal ik het briefje er onderuit. Geen bon maar een waarschuwing dat ik daar niet had mogen parkeren. Gelukkig.

Ze pakt het kleine meisje heel voorzichtig op, legt haar mooi neer en heeft aandacht voor elk detail.

Oproep van Make a Memory in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ)

Een oproep. Ik sta op het punt boodschappen te doen. Als ik nu kan komen zeg ik, is het goed, doe ik daarna de boodschappen.
Het is oké. Ik pak mijn spullen en voor deze keer de auto. Ik heb spijt als ik aankom want er staan verkeersregelaars omdat de parkeerplaatsen bij het WKZ
worden verbouwd. Ik vraag of ik even op de spoedparkeerplaats mag gaan staan en geef aan dat ik kom fotograferen voor een overleden kindje. Och, zegt hij, van mij wel. Aardig en fijn.
Ik loop naar de afdeling en wordt door een verpleegkundige naar de kamer gebracht. Een jong stel. De verpleegkundige vraagt wat ik wil. Ik geef aan dat ik het meisje wil fotograferen samen met de ouders. De verpleegkundige gaat het meisje halen.

Even later komt ze terug met een heel lief klein doosje. Ze verdwijnt weer. Vader opent het doosje dat ze zelf hebben gehaald toen ze hoorden dat het meisje was overleden in de buik. Ze ligt in een blauwe stof. Mijn lievelings-t-shirt zegt de moeder. Ze huilt. Het kleine meisje wordt door vader op het t-shirt neergelegd. Ze ligt nog helemaal zoals ze in de buik heeft gelegen. Vader en moeder willen allebei niet op de foto. Hun handen erbij? Nee. Vader wordt gebeld en verdwijnt naar de gang. Ik vraag aan de moeder of het meisje ook op de witte deken van het bed mag liggen. Ja hoor en ze pakt het kleine meisje heel voorzichtig op, legt haar mooi neer en heeft aandacht voor elk detail. Prachtig. Ook al wil ze zelf niet op de foto, ze zorgt ervoor dat alles aan het meisje goed ligt. Ook poetst ze met zachtheid en liefde een stofje weg. Vader komt weer terug en vraagt of hij met zijn mobiel een foto mag maken. Nee! Ze is heel resoluut en verdrietig. Ik maak wat macro foto’s van de mini vingertjes en teentjes. Ook haar prachtige mond fotografeer ik van dichtbij. Ik zeg haar mond is prachtig. Ja, zegt vader trots, ze heeft mijn lippen. Lief. Ik maak de ouders een compliment dat ze het mooi hebben gedaan. Ook al staan ze zelf niet op de foto, zij waren er wel bij en als ze de foto’s later terugzien, weten ze dat ze met liefde en aandacht hun dochter mooi hebben neergelegd voor de foto.
Ik ben klaar en wens ze sterkte. Ze bedanken me.

Ik loop nog even langs het winkeltje in het WKZ. Ik koop daar regelmatig hartjes voor aan een sleutelhanger of losse hartjes voor in je jaszak. Er ligt niets bij. Ik ga boodschappen doen.

Zijn donkere baard tegen haar lichte huid. Een gevoel van bescherming.

Oproep van Make a Memory

Weer naar het VU, maar nu naar een andere afdeling.
Ik word bijgepraat door de verpleegkundige.
Ouders hebben tijdens de echo gezien dat het niet goed was met hun kindje.
Na ongeveer 26 weken is het kindje overleden in de baarmoeder en gisteren geboren.
De verpleegkundige geeft aan dat vader dichtbij kan zijn en moeder nog niet omdat zij het allemaal nog te heftig vindt. Dat is het ook.

Ik loop naar binnen en stel me voor.
Hij verstaat Nederlands en praat Engels, zij is een Nederlandse.
De verpleegkundige haalt hun dochter. Het lieve meisje ligt in een heel mooi, zacht (aaibaar) klein mandje.
Alles erop en eraan. Ze is mooi. Ik probeer altijd het kindje, en daarmee de ouders, zo min mogelijk te verplaatsen.
Ik maak eerst foto’s van haar in haar mandje. Daarna gaat ze bij vader op schoot. Hij geniet van haar en bewondert haar. Ik vraag hem of hij haar een kus wil geven. Ja, zegt hij, hij is dichtbij en kust haar. Prachtig. Zijn donkere baard tegen haar lichte huid. Een gevoel van bescherming. Hij doet wat ik hem vraag, met elke keer aan het begin van de zin: Zou je….. Ik vraag aan moeder of ze naast haar man op de stoel wil komen zitten om hen samen, met z’n drieën, vast te leggen. Dat wil zij. Zij is op haar hoede lijkt wel. Misschien wel heel voorzichtig. Zelfbescherming? Ik zie langzaam de emotie komen. Tranen. Stille tranen. Soms is dit moment bijna tastbaar, alsof het voor het eerst binnenkomt. Wat dat is kan ik moeilijk uitleggen, omdat het zo groot is. Dat ik daar bij mag en kan zijn is een voorrecht. Dat ik beweging kan proberen te bewerkstelligen en ruimte kan creëren is bijzonder. Na de foto met hun kleine meisje vraag ik aan moeder of zij hun dochter wil vasthouden. Ja, dat wil zij. Ze houdt haar vast, kijkt en kijkt. Ik laat het even zo. Daarna vraag ik aan haar of zij haar dochter wil kussen. Nee, geeft ze aan. Ik vraag of hun hoofden dicht bij elkaar mogen zijn. Ja, dat is goed zegt zij. Moeder en dochter, ze zijn bij elkaar. Ook hier voel ik bescherming. Zorgen voor. Ze beweegt langzaam op haar eigen tempo. Fijn. Ze is duidelijk en heeft grenzen. Ik vraag hen of ze een foto zouden willen hebben van het kleine meisje waarbij je haar hele lijfje ziet. Ja. Ze wordt op bed neergelegd en ik fotografeer haar. Hierna komen allebei de ouders aan een kant weer bij haar. Ze aaien, kijken, strelen, kijken en bewonderen. Alles erop en eraan. Van binnen ziek, is soms niet te zien aan de buitenkant.

Ik ben klaar. Hij bedankt me met twee handen. Zij op haar eigen ingetogen manier. Een prachtige vader en moeder. Verdriet in een kleine, stille kamer. Zodra de deur achter me dicht valt, ben ik weer in de drukke volle wereld. Het contrast is soms zo groot.

Dat is prachtig, huid op huid. Zo natuurlijk en dichtbij, intiem en warm.

Een oproep van Make a Memory

Of ik naar het Vu wil gaan om een klein mannetje te fotograferen dat tijdens de bevalling zuurstoftekort heeft opgelopen. De ouders hebben besloten (in samenspraak met de artsen) hem van de beademing af te halen omdat hij teveel schade heeft. Afschuwelijk. Alles klaar om te ontvangen en met lege handen naar huis. Eigenlijk moet het verboden worden.

Ik kan.

Ik rijd naar Amsterdam en kom in de file. Ik bel naar de afdeling om te zeggen dat ik onderweg ben, maar waarschijnlijk wat vertraging ga oplopen door drukte op de weg. De verpleegkundige zal het doorgeven. Ik parkeer de auto nog redelijk op tijd in de parkeergarage en loop naar de lift. Ik moet naar de achtste verdieping en kom, als ik uitstap, direct bij neonatologie. Ik vraag waar ik moet zijn en word direct naar het echtpaar gebracht. Ze hebben een hele grote ruimte voor zichzelf en zijn daar met z’n drieën en een verpleegkundige. Ik stel me voor en maak direct mijn camera klaar. Het jongetje ligt op de borst bij papa en oogt heel rustig en vredig. Een prachtig mannetje. Ze zien er samen mooi uit. Hun andere zoon wordt opgehaald door de verpleegkundige. Ik probeer beide ouders met hun jongste zoon op de foto te zetten. Aangezien moeder net is bevallen geeft de verpleegkundige aan dat ze niet langer mag staan. Moeder probeert de oudste zoon dichtbij de jongste en haar man te krijgen, hij wil weg, spelen en rondlopen. Ik vraag of moeder ook met hun zoontje wil gaan liggen, net zoals hij bij vader lag. Ja. Vader geeft aan dat hij dan wel hun oudste zoon erbij kan halen om in ieder geval een foto met z’n vieren te hebben. Het kleine blote mannetje wordt op de buik van de moeder gelegd. Ze vraagt of ze haar jurk moet uitdoen. Ik geef aan dat dat wel mooi is, maar dat niets moet. Ze doet haar jurk uit. Dat is prachtig, huid op huid. Zo natuurlijk en dichtbij, intiem en warm. Hij ligt heerlijk. Vader pakt hun andere zoon op en geeft aan dat hij vast ook graag bij mama wil liggen. Ze zijn met z’n vieren heel dichtbij elkaar. De oudste zoon heeft een knuffel in zijn hand, een speen in en gaat er ontspannen bij liggen. Af en toe kijkt hij in de camera als hij deze hoort klikken. Alsof ik er niet ben maak ik foto’s van deze intimiteit. Ik sta op een kruk achter het bed om het tafereel van bovenaf vast te leggen. Moeder zegt met een verdrietige stem dat ze dit thuis moeten doen. Vader is er klaar mee en geeft aan dat het bijna voldoende is. En terecht. Staat er een fotograaf op je lippen terwijl je afscheid moet nemen van je zoon. Niest liever dan rust en stilte om dit samen te kunnen doen. Met aandacht. Ik maak nog wat macro foto’s van zijn prachtige wimpers, zijn lieve dopneus en zijn vingertjes en teentjes. Moeder heeft haar jurk weer aan en ligt naast het kleine mannetje naar hem te kijken. Ik vraag of vader er nog even naast wil liggen en dat wil hij. De bescherming van zijn ouders, één links en één rechts, en dan dat kleine kwetsbare leven in het midden, het komt bij elkaar in de foto. Het lijkt op een groot hart. Ik ben blij dat ik nog net van de ruimte gebruik heb kunnen maken om deze foto voor hen achter te laten. De grote liefde van twee grote mensen voor hun kleine mannetje. Het was weer bijzonder.

Je bent klaar voor jouw klus, je geeft je jas aan een vriendin, de hele straat is afgezet.

3/3

Zaterdag 8.30 uur
De dag van het afscheid van je man. Ik ben wat vroeger en blijf in de auto zitten. Op een gegeven moment wordt er op mijn ruit getikt. De overbuurvrouw. Zij heeft me zien zitten en komt me ophalen, aardig. Ze doet voor ons het hek open. Ik loop direct door om de overige bloemstukken te fotograferen. De deksel zit op de kist. De buurvrouw vertelt me dat je dat vanmorgen hebt gedaan. In je eentje, toen het rustig was. Heel goed. Je houdt het zo dichtbij jezelf. Net zoals ik je de dagen daarvoor heb leren kennen weet je precies wat je wilt en doe je dat ook. Ik krijg een kopje thee en drink het rustig op. Een goede vriendin van je komt en ziet op tegen de dag. Na een tijdje loop jij de keuken in en je ziet er prachtig uit. Ik zeg dat tegen je. Je loopt door naar je man en wil met twee vriendinnen de kist dichtdraaien met de schroeven die je hebt gekregen. En de schroevendraaier die er ook bij zit. Kan ik iets kapot draaien vraag je? Je draait de eerste erin. Zit het stevig genoeg? Je doet alle zes de schroeven zelf erin en praat intussen met je twee vriendinnen. Herinneringen aan een bepaalde situatie met een schroefboor. Het zit stevig, je controleert het even door aan de deksel te trekken. Je aait de kist en daarmee je man. Je kust de kist en daarmee je man. Het wordt drukker in de gang. De intimi verzamelen zich bij jullie huis en de rest verzamelt zich in de kerk. De intimi lopen mee in de stoet aangevoerd door jou met op een loopkoets je man. Jij gaat deze duwen omdat je graag fysiek wil bijdragen aan het afscheid van je man. De vlag bij jullie huis hangt halfstok.

Vrienden van jullie die de kist gaan dragen komen bij elkaar bij de kist. Er wordt gepraat en bewonderend gekeken naar de kist. Je geeft aan dat de bloemen moeten worden opgehaald. Na 10 minuten zijn ze er. De bloemen worden naar de auto gedragen en naar de kerk gebracht. In de kerk draait een fotoreportage met foto’s van je man. Dit is voor de wachtenden. De dragers maken zich klaar, krijgen instructies en schouderen je man naar de loopkoets. Jij loopt statig achter je man en de mannen aan. Alles staat klaar op de straat voor jullie huis. Vooraan iemand van de uitvaartverzorging. Dan de loopkoets met je man, zijn vrienden, de dragers er omheen, jij klaar om te duwen en de rest van de mensen achter jou. De zon komt nu echt goed door. Je bent klaar voor jouw klus, je geeft je jas aan een vriendin, de hele straat is afgezet. De klokken van de kerk gaan luiden, op dat teken begin jij met duwen. Ik zie dat je dit met verve doet. Het is precies zoals je je dit hebt voorgesteld. In de hele straat tot aan de kerk ligt het verkeer stil. Het is een prachtig gezicht, de stoet, met jullie als middelpunt. De zon die begint te schijnen. Bij de kerk moeten jullie even wachten. Op het teken van de uitvaartverzorgers wordt de kist weer op de schouders van de mannen gehesen. Ze lopen statig naar de kerk. In het halletje van de kerk komt de kist op een rijdend onderstel te staan. Je verruilt je sneakers in mooie zwarte hakken. Als de klokkenluider ophoudt met het luiden van de klokken loop jij met de kist de kerk binnen en alle aanwezigen gaan staan. Het is een mooi eerbetoon aan jullie allebei. Er draait fijne muziek. Totdat het nummer is afgelopen blijft iedereen staan en daarna gaat iedereen zitten. Het is een prachtige sfeervolle kerk en praktisch alle stoelen zijn bezet. Jij zit in je eentje aan de kant van de kist. De plek waar vandaan de mensen spreken bevindt zich aan de andere kant van de kist. Dat is bijzonder. Jij en je man hebben echt een eigen plek. Als ze naar jou kijken kijken ze ook in de richting van de kist. Soort van bescherming, samenzijn, bij elkaar zijn. Er wordt veel gesproken en gezegd. Je bedankt de mensen met je hart en een glimlach. Jij spreekt ook! Je spreekt duidelijk en liefdevol. Mooie muziek wordt er gedraaid met emoties en herinneringen. Als de klokken gaan luiden duw jij je man weer naar het halletje van de kerk. Daar wordt gewacht totdat de klokken zwijgen en de kist wordt geschouderd naar de begraafplaats. De kist wordt neergezet op de plek waar je man zal worden begraven. Er wordt nog gesproken door een man (vriend) en door jou. Hierna mogen alle aanwezigen langs de kist lopen. Jij verschuilt je. Als de intimi dag zeggen sta je weer bij de kist en je omarmt de familie, de nabije vrienden. Bijzonder is het. Warm, dichtbij, eigen. Vele van hen pakken een hand vol met zand en gooien dit op de kist. Hierna blijf jij alleen. Je neemt je tijd, bent dichtbij je man, je bent er. Als er een druppel regen valt glimlach je en kijk je naar boven. Het lijkt wel alsof het zo moet zijn. Tijdens het lopen met de loopkoets scheen de zon, terwijl het in de ochtend goot, ook tijdens de dienst was het mooi weer, de zon scheen zo nu en dan door de ramen van de kerk, als je man wordt geschouderd naar de begraafplaats zijn de luchten fantastisch. Zodra jij weggaat bij het graf komen er druppels, een paar. Ik geniet ervan, het klopt. Ik maak foto’s terwijl jij wegloopt van de begraafplaats, en ik maak nog wat foto’s van de kist. Ik voel verdriet omdat het zo mooi, rond en liefdevol was.

Even later zie ik je staan bij het cafe en zeg je gedag. Ik zeg: Ik ga. Je vindt het prima. Fijn. Etende en drinkende mensen zijn niet charmant om op de foto te zetten. Ik zeg: Je hebt het prachtig gedaan. Je zegt: Je bent een mooi mens. Ik zeg: Jij ook, met tranen in mijn ogen. Ik trek mijn schoenen uit en loop op mijn sokken naar de auto. Klaar.

Soms denk ik het kan niet mooier dan dit en toch is het elke keer weer zo mooi. Dankbaar ben ik. Om zoveel schoonheid, echtheid, intimiteit, jouw liefde voor je man en het liefdevolle afscheid dat je hebt verzorgd. De duidelijkheid die je had om te zorgen dat het zo zou worden zoals jij graag zou willen. Zo zou het altijd moeten zijn, zo hoort het. Dan voel je de ruimte om er echt (bij) te zijn.

Dank je wel voor je vertrouwen. Bijna geen woorden nodig om met elkaar samen te werken. Bijzonder.

Je aait, ruikt en voelt aan de kist. Ook ga je er even in liggen.

2/3

Vrijdag 13.00 uur.
Ik ben wat te vroeg en loop door naar de tuin. Een blatend schaap, een ooievaar, een reiger, eenden. Allemaal in jullie tuin. Op een gegeven moment zie ik wat beweging binnen. De overbuurvrouw is bij je in huis. Ze laat me binnen en geeft aan dat ze zelf weg gaat. Ze moet nog naar de kapper. Ik ga binnen zitten en wacht totdat jij uit de slaapkamer komt. We begroeten elkaar. Je zegt dat je net anderhalf uur hebt kunnen slapen naast je man en dat je voelde dat er kracht in je benen kwam waardoor je kon opstaan en je voelde dat het moest gebeuren. Je wil je man van jullie slaapkamer naar de tuinkamer brengen. Je neemt me mee naar de andere kamer waar je man in de kist zal komen te liggen. Een bloemenzee. Prachtige kleurrijke bloemstukken met lieve teksten op de linten. Zo kleurrijk en veelzijdig als je man. En jullie en jullie leven. Ik voel warmte, bewondering, gemis en groot verdriet uit de bloemstukken naar boven komen. Om 13.00 staat de uitvaartverzorger (A) (en een vrouwelijke collega) voor de deur met een busje met daarin de kist die je hebt uitgezocht. A. is dezelfde man als waarmee je je man de laatste verzorging hebt gegeven. Dat heb je gevraagd en daar zijn jullie allebei blij mee blijkt bij zijn begroeting. A. zegt: We moesten even aan elkaar wennen en na 5 minuten ging het goed, begrepen we elkaar. Dat heb jij ook tegen mij gezegd. Je hebt gevraagd of ze A. konden sturen en dat hebben ze gedaan. A. geeft de leiding aan jou. Zoals het hoort en zoals past bij jou. Dat heb je duidelijk laten blijken tijdens jullie eerste ontmoeting. Je tilt samen met hem de kist uit het busje, je aait, ruikt en voelt aan de kist, en probeert deze samen met A. door de zijdeur naar binnen te krijgen. Dat gaat niet. De kist is aan de voorkant breder en jullie zitten al snel vast met de kist.

Dan toch maar een ander plan. Je man op de brancard uit jullie slaapkamer rijden en hem dan in de andere ruimte in de kist leggen (het was andersom bedacht). Wat niet kan, kan niet dus is het al snel een ja. De kist wordt naar de andere ruimte gebracht via de achterdeuren. De kist wordt neergezet op de grond en je aait de kist. Je vindt de kist mooi (hele mooie sterke, grote, min of meer vierkante robuuste kist van licht hout (zowel in gewicht als in kleur)) en hij ruikt lekker. Je vraagt of de deksel eraf mag. Je aait de stof en vraagt of je erin mag gaan liggen. Natuurlijk, geeft de man aan. Je doet je schoenen uit en gaat erin liggen. Dat voelt goed zeg je, nu weet ik tenminste waar mijn man in komt te liggen. Je stapt er weer uit en bent klaar om hem te gaan halen.

De brancard wordt gepakt. Dit heb je eerder meegemaakt, toen je man uit de slaapkamer werd opgehaald door de ambulance. Je weet dat de brancard net door de slaapkamerdeur kan. Dat klopt. A. vertelt wat het plan is. Ook dit weet je al uit ervaring. Je man moet naar het einde van het bed zodat hij makkelijk op de brancard kan worden geholpen. Eerst moet je man worden losgemaakt van het bed en dat wil je graag samen doen met A. alleen. Nadat hij is losgemaakt schuiven en tillen jullie hem naar het einde van het bed. De vrouwelijke collega vraagt of ze moet helpen. Nee, zeg je, ik wil het zelf doen. Heel duidelijk en prettig. Je man ligt op de brancard. Je bent verdrietig, we lopen alledrie even weg uit de kamer om je ruimte te geven. Ik ga toch terug want dit is het beeld dat je graag wilt hebben en ik moet maken om bij jou achter te kunnen laten. Je hebt totaal geen last van mij. Dat voelt fijn. Ik fotografeer en leg vast. Soms blijf ik weg en heb ik achteraf spijt dat ik niet heb gemaakt wat er wel was. Het is een soort strijd tussen maken wat gewenst/gevraagd is, je een soort van paparazzi voelen (onprettig gevoel) en ruimte willen geven omdat de intimiteit van het moment zo niet van mij is. Je zegt tegen hem dat jij ook snel eraan komt. Dat hij niet lang alleen hoeft te zijn. Dat hij niet weet hoeveel indruk hij altijd heeft gemaakt. Gelukkig zijn de huisdieren bij hem. De verbondenheid is zo massaal aanwezig. Prachtig.

Je geeft na verloop van tijd aan dat je klaar bent. We lopen met drie de kamer op en nemen je man mee naar de kamer waar hij in de kist zal worden getild. Je laat het nu meer los en laat de twee uitvaartverzorgers de brancard duwen. In de woonkamer zeg je: Even stoppen hier. Hier is een van de huisdieren overleden en je neemt de tijd met je man om hier te ervaren / voelen en wanneer het tijd is om door te lopen geef je dit duidelijk aan. In de keuken roep je weer duidelijk stop en aai je je man. Dit is jouw terrein lieverd (tegen haar man), hij kookte altijd (tegen ons) en dat zal ik nu zelf moeten leren. Je bent verdrietig. Kust hem en bent dichtbij hem. Ja, zeg je en de brancard mag door naar de kamer waar hij in de kist komt te liggen. A. vertelt wat hem het beste lijkt om te doen en hierbij laat je het nog meer los. Je laatste rit met hem door het huis is gemaakt en de vrouwelijke collega mag steeds iets meer doen. Je man is op de plek van zijn laatste bestemming, hier in jullie huis. Vanuit hier zal hij zaterdag naar de begraafplaats worden gereden. De lamp wordt opgebonden. De kist wordt op een rijdbaar onderstel getild, de brancard op gelijke hoogte met de kist en je man wordt vanaf de brancard in de kist getild. Hij ligt niet goed en dat benoem je meteen. Eerst het laken er nog onderuit en dan leggen we hem recht in de kist geeft de man aan. Oké. Laken er onderuit. Heupen wat rechter. Hij ligt geforceerd met zijn hoofd. Het kussen is te vol, te dik. Je haalt een ander kussen. De uitvaartverzorger vraagt of de sloop die net op bed lag misschien kan worden gebruikt. Nee, die hoort bij een dekbed. Natuurlijk. Je komt terug lopen met het kussen. Het kussen dat in de kist ligt wordt eruit gehaald. Ik zeg misschien kan het wat dunner worden gemaakt. Je ritst het open en het zit vol met houtsnippers. Je loopt ermee naar de tuin en gooit m helemaal leeg. Ik moet lachen, jij ook. Je loopt terug met de hoes en stopt het andere kussen er helemaal in. Het ruikt heerlijk die achtergebleven houtsnippers. Je legt het ‘nieuwe’ kussen onder het hoofd van je man. Beter, veel beter. Je weet precies wat je doet, je volgt wat er in je opkomt, je leeft zo dicht bij je hart dat je weet wat goed voor hem en voor jou is, voor jullie samen. Zo mooi en eigen. Hij ligt er goed bij. Precies in het midden van de openslaande deuren naar de prachtige tuin. Wat een uitzicht. Het laken gaat er overheen want zijn broek is nat geworden door de koeling. De uitvaartondernemers zijn klaar. Ze nemen afscheid. Ik vraag je of ik de bloemstukken en de teksten zal fotograferen. Ja, dat is een goed idee en ik leg alle stukken vast met de bijbehorende linten. Je komt na een tijdje kijken en zegt: Ik vind het fijn dat jij er bent. Dat is groots. Ik geef aan dat ze moet zeggen als ik wegmoet. Nee, zeg je, ik vind het fijn. Nadat alle bloemen op foto zijn vastgelegd kijk ik nog even naar je man. Jij aait hem en de kist. Zijn hoofd gaat heen en weer. Er staat geen rem op het onderstel van de kist. Ik zeg dat ik de installatie wiebelig vind. Als de kinderen die straks komen maar niet schrikken. Inderdaad zeg je en je bedenkt een plan om dat tegen te gaan. Je geeft ook aan dat de matras waar je man op heeft gelegen voor een heel groot deel nat is geworden. Je hebt dit gemeld en direct foto’s gestuurd en ze uitgenodigd om te komen kijken. Ze geloven me zeg je. Ik zeg dat ik je daadkrachtig vind. Ja, zeg je, we waren allebei heel zelfstandig en onafhankelijk. En ik moet direct doorpakken nu en die zelfstandigheid niet verliezen. Ik kijk met bewondering naar je. In het verdriet ben je zo goed in staat om te blijven bedenken wat goed is, wat jij wilt, wat je nog moet organiseren. Ik omhels je en vertrek.

Vrijdagavond een bericht van een vriendin van je. Zij vraagt namens jou of ik in de ochtend wat eerder wil komen want er is nog een aantal bloemstukken bij gekomen. Natuurlijk, half 9? Ja, prima geeft ze aan. Ik zal er zijn.

2/3

Haar tranen druppelen op haar mooie mannetje, haar rode lipstick laat warme lippen achter op haar baby.

Make a Memory

Een oproep. Of ik naar een moeder thuis wil gaan. Haar kindje is overleden. Ik zeg dat het klinkt of ze alleenstaand is. Ja, dat klopt, krijg ik te horen. Ik moet weg met de auto dit keer.

Ik bel op tijd aan. Ik word opgehaald door een man. Hij zegt dat het fantastisch is wat er allemaal kan en wordt gedaan vanuit het ziekenhuis. En nu ook nog een fotograaf. Hij geeft aan dat de moeder nog niet klaar is. Ze eet niet, heeft net gedoucht en is zich aan het omkleden. Het opstarten gaat wat moeizamer. Als ik er eenmaal ben voel ik dat tijd niet meer belangrijk is. Ik geef aan dat het geen probleem is. Hij vraagt of ik het kindje alvast wil zien. Graag zeg ik. We komen de kamer binnen. Het is donker, het lieve kleine mannetje ligt in de box. Hij is prachtig. Hij ligt ingepakt in een doek. Bloem erbij.

Ik praat wat met de man en vraag of hij een vriend is. Nee, zegt hij, haar broer. En dat antwoord had je vast niet verwacht zegt hij. Hij is blank en zijn zus is donker. Het kindje ook. Ze hebben dezelfde vader en een andere moeder. Even later blijkt dat de vrouw die in huis rondloopt de vrouw van de broer is. En de moeder van de moeder van het kindje is er ook.

Ik vraag of ik vast wat foto’s mag maken? Ja, zegt hij, ga je gang. Het raam ligt aan een galerij en ik vraag of ik de gordijnen mag openschuiven. Wat aarzelend wordt er ‘ja’ gezegd. Ik wil graag daglicht. Het is prima. Op ooghoogte is het raam enigszins geblindeerd. De lamp kan uit. Ik fotografeer het kleine mannetje. Hij is echt prachtig. De echtgenoot van de broer vaagt of ik wat wil drinken. Nee, geef ik aan. Ze zegt dat het nu tijd is en dat ze de moeder gaat aansporen om naar beneden te komen. Verwacht geen kleding van het land waar haar moeder vandaan komt. Ze heeft haar eigen kleding aan, hoe ze is.

Het is natuurlijk allemaal prima. Als de schoonzus weer naar beneden komt zegt ze dat ze er prachtig uitziet. Smashing. Inderdaad. Ze is echt prachtig. Toch een mooie rok aangedaan, kleurrijke schoenen met hoge hak en een pruik op. Ik stel me voor. Haar schoonzus vraagt of ze ons alleen kan laten. Ja, geeft de moeder aan en de deur gaat achter ons dicht. Ze is vol met liefde en verdriet. Ze weet wat ze wil en wat ik voorstel is ook goed. Ik wil hun gezichten dicht bij elkaar fotograferen. Ik vraag of zijn mutsje af mag. Ja. Een volle bos haar komt eronder vandaan. Wat een geweldige verrassing. Ze legt hem op haar schouder en ik fotografeer heel dichtbij. Haar mooie blauw opgemaakte ogen en zijn koppie dicht bij elkaar in stil verdriet en in schoonheid. Elke keer weer zo bijzonder om bij zo’n intiem moment te mogen zijn. De liefde voor haar kleine mannetje straalt van haar af en tegelijkertijd is er groot verdriet. De tranen rollen over haar hangen. Ik haal wat wc papier. Haar tranen druppelen op haar mooie mannetje, haar rode lipstick laat warme lippen achter op haar baby. Ze dept met liefde de tranen van zijn koppie en veegt de lipstick er heel zacht vanaf. Ik vraag of ze nog meer wil. Ja, graag mijn familie erbij. Oma, haar broer en haar schoonzus. Foto van hen allemaal en een foto van iedereen apart met moeder en haar baby. Liefdevol en

Ik ben klaar. Ze trekt direct een joggingbroek aan en vraagt of ze wat eerder foto’s kan krijgen voor het afscheid. Ik vraag wat ze graag wil. Ze wil graag foto’s dichtbij. Ik realiseer me dat ik de foto zonder mutsje nog niet heb gemaakt van heel dichtbij. Ik schuif de gordijnenen weer open, zet de lamp weg en pak mijn camera weer. Ik maak wat zij graag wil. Ze bedenkt dat ze ook nog een foto wil staand bij de box en kijkend naar haar kindje. Dat doe ik.

Ik ben klaar. Ik word met dankbaarheid uitgelaten. Ik wens ze sterkte en verdwijn weer.